Een arbeidscontract van zestien uur is een begin van het dossier, geen sluitend bewijs van zestien uur arbeid. Bij een DGA kunnen formele contracturen en feitelijke werkzaamheden uiteenlopen. De gebruikelijkloonregeling kijkt naar de verrichte arbeid en de beloning die daarbij past. Dat maakt het vastleggen van de functie minstens zo belangrijk als het bijhouden van uren.
De norm en het vergelijkingsloon uit elkaar houden
Voor 2026 noemt artikel 12a, lid 1, Wet LB €58.000 naast het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking en het hoogste relevante werknemersloon. Het hoogste van die drie is het uitgangspunt. De wet bevat geen algemene deeltijdfactor voor het bedrag van €58.000. Wie lager uitkomt, moet via lid 2 aannemelijk maken dat het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking lager is. 1
Dat is meer dan een formeel onderscheid. Dezelfde zestien uur kunnen bestaan uit uitvoerend administratief werk, schaarse specialistische arbeid of eindverantwoordelijkheid voor een onderneming. Hun marktbeloning verschilt. Een deeltijdberekening die bij het wettelijke bedrag begint, negeert juist het kenmerk dat de regeling probeert te benaderen: de waarde van de werkelijke arbeid.
Wie moet de lagere vergelijking dragen?
Bij een beroep op lid 2 legt de wet de onderbouwing bij de inhoudingsplichtige BV. Die moet een aannemelijk geheel aan feiten en vergelijking presenteren. De inspecteur hoeft niet eerst te bewijzen dat de DGA voltijds werkt om een ononderbouwde halvering van de norm te kunnen bestrijden. Stelt de inspecteur daarentegen een hoger extern vergelijkingsloon, dan moet hij in het gewone bewijsregime die verhoging onderbouwen en de vergelijkingscriteria geven op grond van lid 6. 1
De uitspraak van Rechtbank Zeeland-West-Brabant van 29 december 2022 laat zien hoe een bewijsprobleem kan ontstaan. De belanghebbende maakte de gestelde beperkte werkzaamheden en het lagere loon niet aannemelijk. Een gebrekkig beschikbare administratie nam dat probleem niet weg. Het ging om de jaren 2012–2014; de destijds geldende bedragen en marges zijn geen maatstaf voor 2026. De praktische betekenis zit in de toetsbaarheid van de feiten. 2
Een vergelijking die de rekensom kan dragen
Verandert het takenpakket, dan verandert de analyse. Wie slechts twee dagen op kantoor is maar de hele week beschikbaar blijft voor escalaties, vervult mogelijk geen normale tweedaagse functie. Een schaarse specialist kan bovendien een minimumvergoeding of een hoger deeltijduurtarief ontvangen. Lineair omrekenen is alleen overtuigend als de beloningsstructuur en verantwoordelijkheden daarbij aansluiten.
| Stelling | Stukken die de stelling toetsbaar maken |
|---|---|
| Ik werk zestien uur | Agenda, projectregistratie en overdrachten die samen ook niet-declarabele werkzaamheden verklaren. |
| Ik geef geen dagelijkse leiding | Taakverdeling, bevoegdheden en feitelijke uitvoering door de verantwoordelijke manager. |
| De markt beloont deze deeltijdfunctie evenredig | Vergelijkbare contracten of salarisgegevens met dezelfde arbeidsduur en looncomponenten. |
| Mijn andere baan beperkt de beschikbare tijd | Het externe rooster, in samenhang met de werkelijk verrichte werkzaamheden voor de BV. |
Een tweede werkgever is geen aftrekpost
Een loon van €50.000 bij een andere werkgever betekent niet dat bij de eigen BV nog slechts €8.000 hoeft te worden verantwoord. De twee lonen betreffen verschillende werkzaamheden. De andere baan kan wel bewijs leveren over de beschikbare tijd, mits avondwerk, bestuurstaken en piekperioden voor de eigen BV worden meegenomen. Bij verschillende eigen BV’s moet daarnaast worden onderzocht of de doorbetaaldloonregeling van toepassing is.
Maak daarom aan het begin van het jaar een realistische taak- en urenverdeling en toets die later aan de werkelijkheid. Als een aanvankelijk kleine nevenactiviteit uitgroeit tot een volwaardige onderneming, is het eerdere loon niet vanzelfsprekend houdbaar. De beste onderbouwing verklaart zowel de oorspronkelijke keuze als de aanpassing wanneer de feiten veranderen.
Bronnen & verantwoording
Stand van de bronnen: 8 oktober 2026. Algemene redactionele analyse voor belastingjaar 2026; geen individuele fiscale beoordeling. Rekenvoorbeelden en casussen zijn fictief. Oudere rechtspraak wordt besproken binnen het destijds geldende wettelijke kader. Er heeft geen onafhankelijke vakinhoudelijke beoordeling plaatsgevonden.
De vermelde controledatum betreft de geraadpleegde bronnen. Er wordt geen professionele fiscale beoordeling van uw situatie mee bedoeld.
- Wet op de loonbelasting 1964 — artikel 12a, tekst 2026 ↗Geraadpleegd op 8 oktober 2026
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant 29 december 2022 — ECLI:NL:RBZWB:2022:7989, r.o. 3.4–3.7 (jaren 2012–2014) ↗Geraadpleegd op 8 oktober 2026
- Belastingdienst — Handboek Loonheffingen 2026, maart, § 18.1 (p. 265–268) ↗Geraadpleegd op 8 oktober 2026
Een onjuistheid gezien? Laat het ons weten.