Een vergelijking tussen ‘loon tegen het box 1-tarief’ en ‘dividend tegen het box 2-tarief’ begint op verschillende plekken. Dividend komt uit winst waarop doorgaans al vennootschapsbelasting drukt. Zakelijk salaris vormt in beginsel een kostenpost voor de BV. Wie alleen de persoonlijke tarieven naast elkaar zet, laat daardoor een wezenlijk deel van de heffing buiten beeld.
De keuzeruimte begint pas na het gebruikelijk loon
Dividend is een vergoeding voor het aandelenbelang; salaris beloont de arbeid. Artikel 12a Wet LB begrenst de mogelijkheid om loon door dividend te vervangen. Een DGA met een passend arbeidsloon van €90.000 kan niet uitsluitend om fiscale redenen €58.000 salaris kiezen en het verschil als dividend opnemen. Eerst moet de arbeidsbeloning worden onderbouwd. Pas daarna is zinvol te onderzoeken hoe resterende winst wordt bestemd. 1
Ook de omgekeerde gedachte is te eenvoudig: niet iedere euro boven de wettelijke referentie is automatisch vrij uitkeerbaar dividend. Er moet daadwerkelijk ruimte voor uitkering zijn en de BV moet haar verplichtingen kunnen blijven nakomen. Een fiscale nettoberekening is daarom niet tevens een goedgekeurd uitkeringsbesluit. De vennootschapsrechtelijke uitkeringstoets moet afzonderlijk worden beoordeeld.
Een gelijke basis: €10.000 winst vóór beloning en belasting
De volgende berekening is bewust beperkt tot de dividendroute. In 2026 bedraagt de vennootschapsbelasting 19% tot en met €200.000 belastbaar bedrag en 25,8% daarboven. Box 2 kent 24,5% tot en met €68.843 en 31% daarboven. Het gaat om schijven: een uitkering die een grens passeert moet worden gesplitst. Andere box 2-inkomsten in hetzelfde jaar beïnvloeden de beschikbare ruimte. 23
| Stap | Geheel in lage schijven | Geheel in hoge schijven |
|---|---|---|
| Extra winst vóór Vpb | €10.000,00 | €10.000,00 |
| Vpb over die winst | 19% = €1.900,00 | 25,8% = €2.580,00 |
| Beschikbaar bruto dividend | €8.100,00 | €7.420,00 |
| Box 2 over dat dividend | 24,5% = €1.984,50 | 31% = €2.300,20 |
| Netto na beide heffingen | €6.115,50 | €5.119,80 |
| Gecombineerde heffing | 38,845% | 48,802% |
De tabel veronderstelt dat de volledige extra winst en de volledige uitkering binnen de aangegeven schijven vallen. Verliezen, buitenlandse heffing, verrekeningen en persoonlijke omstandigheden zijn buiten beschouwing gelaten. Het gecombineerde percentage is 1 minus het product van de twee nettofactoren. De tarieven simpelweg optellen zou dezelfde grondslag tweemaal belasten en een onjuist beeld geven.
Waarom de dividendbelasting geen derde belastinglaag is
Bij een gewone Nederlandse dividenduitkering aan een in Nederland wonende particuliere aandeelhouder wordt doorgaans 15% dividendbelasting ingehouden. Deze voorheffing wordt in de inkomstenbelasting verrekend. In de lage-schijvencasus bedraagt de inhouding €1.215 op €8.100 dividend. De totale box 2-heffing is €1.984,50; onder de genoemde aannames resteert €769,50 na verrekening. De inhouding komt dus niet nog eens boven op de berekende box 2-belasting. 4
De loonroute vraagt een persoonlijke marginale berekening
Voor een zuivere vergelijking moet dezelfde €10.000 de totale aanvullende kosten voor de BV vertegenwoordigen. Als daaruit ook werkgeverslasten moeten worden betaald, is het extra brutoloon lager dan €10.000. Vervolgens worden inkomstenbelasting, premies en het effect op heffingskortingen bepaald. Een DGA is niet in iedere structuur op dezelfde wijze verzekerd; ook de Zvw-behandeling moet op de juiste situatie aansluiten.
Beoordeel ook het tijdstip. Winst in de BV laten kan box 2-heffing uitstellen, maar maakt de aanwezige belastingclaim niet ongedaan. Extra loon kan gevolgen hebben voor pensioenafspraken, inkomensafhankelijke regelingen en andere persoonlijke factoren. Fiscale partners kunnen onder voorwaarden box 2-inkomen verdelen; behandel dat als een apart scenario, niet als een standaardverdubbeling van iedere schijf.
Een bruikbare vergelijking voor het dossier
Leg eerst het verdedigbare arbeidsloon vast. Vergelijk daarna twee volledige berekeningen met hetzelfde bedrag aan ondernemingsmiddelen en hetzelfde belastingjaar. Benoem expliciet welke schijfruimte resteert, of werkgeverslasten zijn meegenomen en welke privé-effecten ontbreken. Zo ontstaat een besluit over resterende winst, in plaats van een schijnbaar exact antwoord op basis van twee losse belastingpercentages.
Bronnen & verantwoording
Stand van de bronnen: 8 oktober 2026. Algemene redactionele analyse voor belastingjaar 2026; geen individuele fiscale beoordeling. Rekenvoorbeelden en casussen zijn fictief. Oudere rechtspraak wordt besproken binnen het destijds geldende wettelijke kader. Er heeft geen onafhankelijke vakinhoudelijke beoordeling plaatsgevonden.
De vermelde controledatum betreft de geraadpleegde bronnen. Er wordt geen professionele fiscale beoordeling van uw situatie mee bedoeld.
- Wet op de loonbelasting 1964 — artikel 12a, tekst 2026 ↗Geraadpleegd op 8 oktober 2026
- Belastingdienst — Tarieven vennootschapsbelasting 2026 ↗Geraadpleegd op 8 oktober 2026
- Belastingdienst — Box 2, tarieven 2026 ↗Geraadpleegd op 8 oktober 2026
- Belastingdienst — Inkomsten uit aanmerkelijk belang ↗Geraadpleegd op 8 oktober 2026
Een onjuistheid gezien? Laat het ons weten.